De wonderen van Neêrlandsch Spoorwegenstelschel worden mij te wonderlijk.
Er worden extra treinen ingezet richting Amsterdam, wegens de huldiging van een verliezend voetbalelftal. Met het abobinabele spel van afgelopen zondag is, mijns inziens, een huldiging niet gewenst: beloning van slecht gedrag … en het halve land zich maar afvragen waarom de maatschappij verhardt. Natuurlijk heb ik er niks op tegen als er extra treinen worden ingezet, ook niet als dat ten koste gaat van de gewone dienstregeling: hoewel een weldenkend mens zou verwachten dat er materieel over is, nu de zomerdienstregeling geldt: of worden er gewoon minder treinen ingezet tijdens de zomerdienstregeling, maar zijn de treinen die rijden langer gemaakt om al het volk te kunnen herbergen?
Al met al: ik heb niks tegen extra treinen, ook niet als het ten koste gaat van de gewone dienstregeling. Wat ik echter niet snap is: waarom moet het ten koste gaan van de treinen tijdens de spitstijden? Waar normaal in de spits 4 treinen in het uur vanuit Veenendaal vertrekken, vertrok er nu maar 1 trein in het uur: een daling van 75%. Als op elk traject dat gedaan is, dan zou je toch verwachten dat:
1. Het spoor rondom Amsterdam een grote chaos moet zijn geweest, met ellenlange vertragingen als gevolg, wat weer ten gevolge heeft dat de mensen in de treinen (wegens vertraging van meer dan 30 minuten) een geld-terug-bij-vertragingsformulier gaan invullen … dit is onmogelijk voor de forenzen die op het station staan te wachten (omdat je simpelweg niet verwacht dat 75% van de treinen in de spits geschrapt gaan worden), want een vermindering van het aantal treinen is immers aangekondigd? Het lijkt mij dus dat deze extra treinen naar Amsterdam een financiële malaise is geweest voor de NS. Minder treinen in het hele land, behalve naar Amsterdam. Stel dat er op 15 trajecten 75% minder treinen zijn ingezet (er vanuitgaande dat er in de spits 4 treinen rijden per uur), betekent dus omgekeerd dat er naar Amsterdam (bijvoorbeeld normaal 12 treinen per uur in de spits rijden) 15 x 3 treinen extra ingezet worden. Dit is een totaal van 57 treinen, wat een stijging van 157,3% is ten opzichte van een normale dag. 2. Dit kan je toch niet normaal noemen voor een bedrijf: inspelen op reizigers, die nu eenmalig met de trein komen: je eenmalige klanten overdadig verwennen door ze (1) extra reismogelijkheden aan te bieden, (2) ze zo’n vertraging geven, dat ze hun kosten terug kunnen vragen en (3) ze wellicht nog een gratis kop koffie te geven ook.
De forens die week in, week uit met de trein reist en zich scheel betaalt aan treinkosten, dagelijks in aircoloze treinen moet vertoeven en die vaste klant van de NS genoemd mag worden, die wordt aan de kant geschoven.
Klantenontbinding
Een beter woord kan ik hiervoor niet verzinnen. Noodgedwongen heb ik vanmorgen mijn auto maar weer gebruikt om naar het werk te komen. Toch wel lekker, om een uur minder per dag aan reistijd kwijt te zijn … Misschien toch maar overwegen weer vaker de auto te nemen, ook omdat ik dan toch genieten kan van mijn eigen muziek en niet van de muziek van mijn reisgenoten. Hoewel het sociale aspect wel gemist wordt (misschien is dat dan toch een pluspuntje voor de NS).
Nooit geweten dat Delfzijl een nieuwe naam had gekregen …

De ANWB hierover gebeld, en de foto per mail toegestuurd. Ze gaan kijken wat ze eraan kunnen doen.
Tegenwoordig gebruik ik wederom het OV om ter werke te togen, aangezien dat qua prijsverschil met de auto niet zo heel veel meer uitmaakt en het tevens voor mij ook nog gezonder is, aangezien ik dan dagelijks ongeveer 8 - 10 kilometer moet fietsen. Soms wil ik nog enige zonde plegen, door toch de auto te nemen, maar het is wel zo prettig dat er de trein is.
Wanneer men met de trein reist, gebeuren er nog wel eens leuke dingen. Zo ook vandaag.
Kent gij het macho-type? Gasten, met een raar kapsel, grote baseballcap op hun kop, en ongeschoren boven en onderlip. Vaak een leren jas, eventueel met toegevoegde nepbontkraag en een spijkerbroek waarvan het kruis op de knieën hangt (schijnt nog steeds in te zijn) en een paar idiote grote kano’s als schoenen: uiteraard sportschoenen met gigaveters, die niet gestrikt zijn, maar gewoon bij de schoenen ingepropt zitten.
Uiteraard erg macho … wat kan zo’n mannetje nou overkomen?
Nou … dit: als je er zo graag zo ontzettend macho bij loopt, moet je niet in de trein gaan zitten, uitgebreid ruimte nemen waarbij anderen zich lichtelijk ergeren en vervolgens je roze iPod uit je jaszak halen en muziek gaan luisteren.
Ben je zo’n stoer mannetje … heb je een roze iPod. Sommige mensen zijn het gewoon waard om uitgelachen te worden.
Ach ende Wee! zo weeklaag ik de ganse dag over den Nederlanders! Ach ende Wee!
In andere, meer organistitorische woorden: [B]Ach ende [S]Wee[Linck]!
Hedenmorgen lag er tot mijn grote vreugde wederom een wit laagje van dat mooie spul waar gans Nederland onderhand genoeg van heeft, en waar ik nog steeds geen genoeg van kan krijgen: sneeuw!
Ook mocht ik weer het nadeel van de Nederlander ondervinden: een millimeter sneeuw op de snelweg betekent een maximum snelheid van 60 kilometer per uur op de snelweg. Zucht … het kan toch wel een beetje harder? Misschien gebeuren er juist zoveel ongelukken, omdat er onverlaten met een levensgevaarlijke snelheid van 60 km/u over de snelweg crossen.
Voor mij betekende dit concreet dat ik van Veenendaal tot Utrecht niet harder heb gereden dan 50 of 60.
Was allang blij dat ik nog op tijd op m’n werk gekomen was.
Hoewel ik er goed vanaf gekomen ben, moet ik ook zeggen dat één mijner collegae er minder goed vanaf gekomen is, hoewel ook weer beter dan andere Nederlanders. Zij heeft hedenmorgen mogen ervaren dat een vangrail niet van rubber is gemaakt, en haar auto wel kan stuiteren als een balletje in een flipperkast.
Ze gleed ineens van de weg, met een slakkengangetje van 60 …
Jammerlijk, tot mijn groot ongenoegen was in de middag alle sneeuw weer verdwenen en er wordt ook voor de komende tijd nog niks voorspeld …
Of zoals Duitsers het zo mooi plachten te verwoorden: “Schade.”
Dat heeft in deze log toch wel een dubbele betekenis.
Ze zijn zeldzaam aan het worden, de NS-perikelen. Sinds ik een auto heb, zie ik weinig NS-treinen meer van binnen.
Edoch, maandag toonde ik mijn goede wil, door eens de auto te laten staan en met de trein en de fiets naar het werk te gaan. Dus: in de trein naar Driebergen-Zeist en vervolgens vandaar ongeveer 17-20 km met de fiets naar Maartensdijk. Nooit geweten dat je dat in 40 minuten met een omafiets kan afleggen.
Een beetje beweging is goed voor dat dikke lijf van me, dus toen ik op het werk was, kreeg ik dan ook een zeer voldaan gevoel. Terug op de fiets was ook lekker. Totaal 80 minuten gesport, en 40 km gefietst. Niet onaardig dacht ik zo.
Echter, nu de NS-perikelen, want die heb ik immers beloofd in de titel van deze log.
Als je om half 6 op het station komt, met een grote zwarte omafiets, dan heeft gans forenserend Nederland een hekel aan je. Want, men weet: dat moet de trein in!
Inderdaad, dat moet de trein in.
Dus, ik het balkon opzoeken waar de fietsen mogen staan. Binnengekomen is het daar al bijna overvol. Tot mijn grote vreugde ziet mijn oog een sticker boven het raam zeggende: “Deze plaats biedt voorrang aan een fiets.” Daaronder staan drie klapstoeltjes, met drie mensen erop, die stug naar de fiets blijven kijken en net doen of ze niet weten dat de fiets daar moet staan, dus blijven lekker zitten. Ik kijk naar de andere kant: ook daar zitten mensen … naja, dan maar midden in het gangpad staan met dat grote zwarte gevaarte, en maar hopen dat de trein niet teveel gaat schommelen. Mocht ik omvallen, dan is het hún schuld.
Vervolgens komt de conductrice binnen (me dunkt dat ze Katja Enau heette), en die begon een beetje te mopperen op mij, omdat ik midden in het gangpad stond. Dus ik kijk haar vragend aan met een blik van: “kan ik het helpen dat die zwabbernezen op de plaatsen zitten waar een fiets hoort te staan?”
Blijkbaar begreep ze mijn blik en zei tegen de desbetreffende forenzen dat ze moeten opstaan, zodat er een fiets geplaatst kon worden.
Mijn waarde lezers: u begrijpt dat mijn opluchting groot was.
Vrijdag hoop ik weer met de trein en de fiets te gaan … “Wat de treinreis brengen moge, mij geleidt des conducteurs hand.”