06-03-2010: De maand Maart

Maart
Maart, maart,
dat alle soorten weer vergaart.
Van warm naar koud
en van grauw naar goud.
 
Maart is geheel vervuld
van de strijd die zij onthult.
March, März of maart
is een naam die haar niet bezwaart.
 
Maart komt van Mars, de god van strijd,
uit de Romeinse tijd.
De strijd is een naam die haar siert,
wanneer stormwind door stegen en straten giert.
 
Met de lente in ‘t zicht
is het de winter die altijd zwicht
voor de strijd der elementen.
Dat wil het wondere maart ons inprenten.
 
De vogels komen, de bloemen verschijnen.
Maart laat de winter kwijnen,
waardoor zij zal verdwijnen.
Maart 2010 Maart 2010 Maart 2010


07-07-2009: Het Hallevuur!

Het hallevuur dat brandt,
verwoest folder en krant.
De lampen brandden kapot,
en de houten balken verrot.

Dat is het resultaat
van een akelige daad.
De pyromaan die het deed,
verdient een schop onder z’n reet.

Nee, het is niet fraai,
al dat grote lawaai,
van de brandweer in touw.

Jij pyromaan, ga nu gauw,
naar je flatje, mijn buur.
En brandt maar lang, in het hallevuur.



01-06-2008: O wonder!

O Wonder!
Hoe waarlijk dreunt de donder,
vanuit den wolken mond,
door ‘t ganse hemelrond.

Den wereld lichtend gaan de flitsen,
snel reizend naar het ongewisse.
Wat helder zichtbaar,
is ’s mensen kleinheid
in deze elektriciteit,
gewis ende waar!

De grond dreunde en trilde,
van de donder, de zware en wilde.
Op geheel deez’ aard,
galmen deze diepe bastonen.
Van allen die deze bol bewonen,
heeft geen instrument het geëvenaard.

O Wonder!
Hoe waarlijk dreunt de donder,
vanuit den wolken mond,
door ‘t ganse hemelrond.



05-04-2008: Hoor de regen

Hoor de regen valt,
en des mensen dag vergalt,
Op zo’n dag in april,
waarin de lente ontluiken wil.

Als ik zie op de bomen,
waarin loof en bloesems komen,
dan weet ik van de regen,
dat het daarvoor is een zegen.

Deze grauwe luchten,
maken mij dat ‘k ga zuchten.
Maar weet, als het regent overal,
dat de zon binnenkort schijnen zal.



12-12-07: Nooit meer …

Nooit meer deel van mijn bestaan.
Nooit meer zal ik naar je toegaan.
Nooit meer zal dit leven zijn.
Nooit meer met jou erbij, zo fijn.
Nooit meer je mooie blonde haren.
Nooit meer kan ik in je ogen staren.
Nooit meer hoor ik je als je lacht.
Nooit meer erger ik me als ik op je wacht.
Nooit meer zal je zijn een deel van mijn leven.
Nooit meer verkeren wij na die maand of zeven.
Nooit meer lijkt het leven zoals het was.
Nooit meer …
Nooit


Volgende Pagina »