Wat is december toch een prachtige maand!
Aan het begin van de maand heb je Sinterklaas … daarbij werden we door de baas al verrast met een lekkere banketletter, die je (afhankelijk van de manier waarop je hem voor je hield) een 3, M, E of W kon zijn. Deze letter heeft mij en m’n familie zeer goed gesmaakt.
In het Sinterklaasweekend overigens een prachtige pakjesavond gehad. Zo leuk dat die kleinen van m’n broertje echt beginnen door te hebben wat Sinterklaas inhoudt. Het is alleen lastig voor ze om alleen hun eigen cadeaus uit te pakken, dus ze mochten de volwassenen helpen met uitpakken.
M’n broertje speelde voor Zwarte Piet, door keihard op het raam te bonzen. Richard en Melissa schrokken zich wezenloos en durfden niet naar de deur te lopen, maar met alle volwassenen erbij durfden ze het aan: en hunne mond opende zich groots, toen zij die vele cadeaus mochten aanschouwen ende zien.
Edoch … terug naar m’n Maartensdijksche Bezigheden …
Vandaag was het de Dag van het Kerstpakket. Ik heb een prachtig kerstpakket gekregen met veel voedsel waar ik toch gebruik van maak (dingen die ik niet behoef, gaan veelal naar mijn ouders). Zij voorzien mij meestal ook van dingen uit hun kerstpakket. Vandaag kreeg een ieder dus een grote doos vol met voedsel.
Fotografisch bewijsmateriaal is bijgevoegd.
Ook kregen we een mooi bonusje in euro’s in een enveloppe … en daar ben ik ook zeer mee in mijn nopjes (die worden binnenkort op m’n bankrekening gestort, en gaat mijn spaarrekening verblijden).
Zo is de dure decembermaand voor mij toch een maand van verblijden met mooie extraatjes.

Mijn grootste angst is overwonnen: Mijn twee linkerhanden hebben vandaag een groot verlies geleden.
De overwinning is groots, en mag aldus ook gevierd worden!
Ik heb een schilderij opgehangen. En echt: ik heb zelf het gat geboord. Zelf de plug en de schroef in de muur gejakkerd en uiteindelijk het schilderij dat ik vorig jaar in december op de Filippijnen heb gekocht opgehangen.
Zie hier het resultaat:
Ze zijn zeldzaam aan het worden, de NS-perikelen. Sinds ik een auto heb, zie ik weinig NS-treinen meer van binnen.
Edoch, maandag toonde ik mijn goede wil, door eens de auto te laten staan en met de trein en de fiets naar het werk te gaan. Dus: in de trein naar Driebergen-Zeist en vervolgens vandaar ongeveer 17-20 km met de fiets naar Maartensdijk. Nooit geweten dat je dat in 40 minuten met een omafiets kan afleggen.
Een beetje beweging is goed voor dat dikke lijf van me, dus toen ik op het werk was, kreeg ik dan ook een zeer voldaan gevoel. Terug op de fiets was ook lekker. Totaal 80 minuten gesport, en 40 km gefietst. Niet onaardig dacht ik zo.
Echter, nu de NS-perikelen, want die heb ik immers beloofd in de titel van deze log.
Als je om half 6 op het station komt, met een grote zwarte omafiets, dan heeft gans forenserend Nederland een hekel aan je. Want, men weet: dat moet de trein in!
Inderdaad, dat moet de trein in.
Dus, ik het balkon opzoeken waar de fietsen mogen staan. Binnengekomen is het daar al bijna overvol. Tot mijn grote vreugde ziet mijn oog een sticker boven het raam zeggende: “Deze plaats biedt voorrang aan een fiets.” Daaronder staan drie klapstoeltjes, met drie mensen erop, die stug naar de fiets blijven kijken en net doen of ze niet weten dat de fiets daar moet staan, dus blijven lekker zitten. Ik kijk naar de andere kant: ook daar zitten mensen … naja, dan maar midden in het gangpad staan met dat grote zwarte gevaarte, en maar hopen dat de trein niet teveel gaat schommelen. Mocht ik omvallen, dan is het hĂșn schuld.
Vervolgens komt de conductrice binnen (me dunkt dat ze Katja Enau heette), en die begon een beetje te mopperen op mij, omdat ik midden in het gangpad stond. Dus ik kijk haar vragend aan met een blik van: “kan ik het helpen dat die zwabbernezen op de plaatsen zitten waar een fiets hoort te staan?”
Blijkbaar begreep ze mijn blik en zei tegen de desbetreffende forenzen dat ze moeten opstaan, zodat er een fiets geplaatst kon worden.
Mijn waarde lezers: u begrijpt dat mijn opluchting groot was.
Vrijdag hoop ik weer met de trein en de fiets te gaan … “Wat de treinreis brengen moge, mij geleidt des conducteurs hand.”