Ach ende Wee! zo weeklaag ik de ganse dag over den Nederlanders! Ach ende Wee!
In andere, meer organistitorische woorden: [B]Ach ende [S]Wee[Linck]!
Hedenmorgen lag er tot mijn grote vreugde wederom een wit laagje van dat mooie spul waar gans Nederland onderhand genoeg van heeft, en waar ik nog steeds geen genoeg van kan krijgen: sneeuw!
Ook mocht ik weer het nadeel van de Nederlander ondervinden: een millimeter sneeuw op de snelweg betekent een maximum snelheid van 60 kilometer per uur op de snelweg. Zucht … het kan toch wel een beetje harder? Misschien gebeuren er juist zoveel ongelukken, omdat er onverlaten met een levensgevaarlijke snelheid van 60 km/u over de snelweg crossen.
Voor mij betekende dit concreet dat ik van Veenendaal tot Utrecht niet harder heb gereden dan 50 of 60.
Was allang blij dat ik nog op tijd op m’n werk gekomen was.
Hoewel ik er goed vanaf gekomen ben, moet ik ook zeggen dat één mijner collegae er minder goed vanaf gekomen is, hoewel ook weer beter dan andere Nederlanders. Zij heeft hedenmorgen mogen ervaren dat een vangrail niet van rubber is gemaakt, en haar auto wel kan stuiteren als een balletje in een flipperkast.
Ze gleed ineens van de weg, met een slakkengangetje van 60 …
Jammerlijk, tot mijn groot ongenoegen was in de middag alle sneeuw weer verdwenen en er wordt ook voor de komende tijd nog niks voorspeld …
Of zoals Duitsers het zo mooi plachten te verwoorden: “Schade.”
Dat heeft in deze log toch wel een dubbele betekenis.
Maart
Maart, maart,
dat alle soorten weer vergaart.
Van warm naar koud
en van grauw naar goud.
Maart is geheel vervuld
van de strijd die zij onthult.
March, März of maart
is een naam die haar niet bezwaart.
Maart komt van Mars, de god van strijd,
uit de Romeinse tijd.
De strijd is een naam die haar siert,
wanneer stormwind door stegen en straten giert.
Met de lente in ‘t zicht
is het de winter die altijd zwicht
voor de strijd der elementen.
Dat wil het wondere maart ons inprenten.
De vogels komen, de bloemen verschijnen.
Maart laat de winter kwijnen,
waardoor zij zal verdwijnen.
Wederom een log over mijn vakantie in Oekraïne (daar lijkt geen einde aan te komen). Maar, ik moet toch wat te schrijven hebben, als er verder weinig gebeurt in mijn leven?
Op donderdag zou ik samen met Elena naar het Holenklooster (het Kyiv-Pechersk Lavra) gaan. Een klooster met de titel Lavra betekent dat het een zeer belangrijk klooster is voor de Russisch-Orthodoxe kerk.
Tijdens mijn tocht naar Elena onderwijl ook maar enkele foto’s gemaakt van het prachtige hoofdstation van Kiev, hoewel het niet op kan boksen tegen het hoofdstation in Groningen.
Vervolgens gingen wij te voet naar het klooster, alwaar wij eerst een permissie kochten om foto’s te mogen maken en ook nog een paar boekjes over het klooster (sommigen waren helaas enkel in het Russisch beschikbaar, dus om die boekjes te kunnen lezen moet ik mij het Russisch nog meester maken).
Gaarne had ik Elena nog iconen laten zien, die gebaseerd zijn op schilderijen van Rembrandt, maar helaas was de desbetreffende kerk, wegens slecht weer gesloten, maar ik heb beloofd Elena deze iconen een volgende keer, als ik weer in Kiev ben, te laten zien.
Wel nog naar een museum met modernere kunst gegaan, waar enkele leuke schilderijen hingen.
Het terrein en de kerken van het klooster verkend en enkele foto’s gemaakt. Rond half 4 besloten we naar de grotten te gaan, waar gemummificeerde monniken liggen opgebaard, maar deze waren reeds gesloten, dus besloten we maar naar m’n appartement te gaan en wat te gaan eten.
Elena had borsch voor mij gekookt en zij was zeer benieuwd of ik dat wel lekker zou gaan vinden.
Ik herinner mij borsch uit de tijd toen ik nog met Tonya had, maar de borsch van Elena smaakt toch beter hoor.
Na het eten nog wat gedanst, gekletst en zo midden in de nacht was het ook weer eens tijd voor Elena om huiswaarts te keren. Ze voelde zich ook niet heel erg lekker.
Aldus geschiedde de vierde dag, en Jac. was zeer tevreden.

